
Op Aswoensdag 15 februari 1961 ging de eerste Vastenaktie van start. De campagne van 2010 is de 50ste, volgend jaar bestaan we 50 jaar. Een jubileumjaar van 50 weken. Een jaar om terug te blikken, de balans op te maken, een nieuwe koers uit te stippelen, lerend van de lessen uit het verleden. Een pelgrimage, 50 weken voor 50 campagnes, van 1961 tot en met 2010.
Doet u mee? Kom dan elke week hier terug voor de volgende etappe. En schroom niet om ons uw reactie, aanvulling of verbetering te sturen, naar info@vastenaktie.nl onder vermelding van ‘pelgrimage’. Vrijwilligers en pastores kunnen met hun commentaren terecht op hun interactieve site www.vastenaktie.nl/plaza. Samen schrijven we zo de geschiedenis van 50 jaar Vastenaktie. Klik voor eerdere afleveringen onderaan op deze pagina.
Martin van der Kuil
Aflevering 27: 1987
Het gouden jubileum van Vastenaktie is haar zilveren jubileum bij Vastenaktie. Ze trad in dienst voor het verwerken van de uitnodigingen voor de viering van 25 jaar Vastenaktie en ze werkt, 25 jaar later, nog steeds bij Cordaid en ook voor Vastenaktie. Tineke de Koning. Aan haar het woord.
Vastenaktie 50 jaar... we zijn bijna – er zit maar een jaartje tussen – even oud en hebben in 25 jaar samen het nodige meegemaakt.
Opgroeiend in een gereformeerd ('light’) gezin in de jaren ’60 speelde ik vaak met mijn katholieke buurmeisje. Bij haar thuis stond een Mariabeeld met een brandend flamepeertje ervoor en op een prominente plek in de voorkamer hing een kruis met Jezusfiguur. Pas veel later begreep ik dat ‘wij’ een kruis hadden zónder en ‘zij’ een kruis mét corpus. Die katholieke kerk vond ik wel aantrekkelijk: je hoefde niet op zondagochtend vroeg naar de kerk, maar kon alvast – bij wijze van preventieve kerkgang – op zaterdagavond even snel een half uurtje naar de mis. Meegaan was geen optie, dat was toen 'not done', maar inmiddels wissel ik mis en dienst af.
Dat uitslaapvoordeeltje was niet het enige verschil: je kon blijkbaar ook fouten maken die je, via een biecht, dan meteen weer werden vergeven. Het meest aantrekkelijke bleef echter dat trommeltje met een weeïg geurende bonk aan elkaar gekleefde snoepjes en dropjes, dat alleen op zondag opengemaakt mocht worden.
Tot zover mijn eerste kennismaking met het begrip vasten. Een Vastenaktie-doosje met geld voor ‘de arme kindertjes’ heb ik echter nooit kunnen ontdekken...
In 1984 volgde een hernieuwde kennismaking: net van de universiteit en nog zonder baan werd ik binnengehaald om adresetiketten te tikken voor het in 1985 te vieren 25-jarig bestaan van Vastenaktie, toen nog gehuisvest in twee woonhuizen te Zeist. Mijn werkplek bevond zich op de badkamer, de gigantisch grote IBM-computer trilde vrolijk mee als de buurvrouw de wasmachine aanzette.
Uiteindelijk bleef ik: na een week als typiste verving ik tijdelijk de receptioniste. In de tweede week ging de bel. Een donkergetinte man stond op de stoep. Zoals gebruikelijk bij gasten nam ik zijn jas aan en liet hem met een kop koffie plaatsnemen in de achterkamer, onze vergaderzaal. Niemand bleek echter bezoek te verwachten. Terug beneden lachtte de man me vriendelijk toe, bedankte voor de koffie en vroeg waar de meterkast was. Groentje in ontwikkelingsland: ik had de meteropnemer aangezien voor een partner uit het Zuiden.
We hebben als Vastenaktie-collega’s diverse werkplekken gehad, maar aan Zeist en met name Amersfoort bewaren we de mooiste herinneringen. Aan die achterkamer bijvoorbeeld waar we stipt om half één gezamenlijk de lunch gebruikten. Wie als eerste met het gehaakte 'Derde Wereld'-portemonneetje rondging voor een gulden van ieder die mee wilde eten, kon in het winkelcentrum zijn favoriete broodbeleg kopen. Op dinsdag stond daar een viskraam. Had je zin in een vers visje dan ging jij die dag dus de boodschappen doen. Een collega met kippen nam iedere week verse eitjes mee. En na de maaltijd werd er gewoon nog binnen gerookt!
Het saamhorigheidsgevoel van een klein team in een te krappe behuizing was groot: de functies liepen uiteen, er was een duidelijk verschil tussen ‘projectmensen’ en educatieve medewerkers, maar als het nodig was kon je op elkaar rekenen. Nu zou je eerst een kosten-baten analyse maken, toen werkten we op een vrijdagmiddag met z'n allen nog even snel een mailing weg: vouwen, plakken en stempelen.
In 1987 was het zover: verhuizen! Van een woonwijk in Zeist naar een vleugel van klooster Ter Eem van de Zusters van Onze Lieve Vrouw aan de rand van Amersfoort. Het was in het begin even wennen aan de rust en stilte, maar ik heb die periode als zeer inspirerend ervaren. Weinig externe prikkels (de viskar, Appie), een rustige, groene omgeving en een katholieke setting; het zorgde voor een ontspannen gevoel.
En we konden terugvallen op door Ter Eem geleverde diensten: ook de catering werd gepimpt: niet langer zelf naar de winkel, maar tussen de middag gewoon lekker aanschuiven en elke dag een kop soep van 'beneden'.
We professionaliseerden en zetten ons succesnummer, de bezoekersprogramma’s tijdens de veertigdagentijd, voort, met de inzet van zoveel mogelijk collega’s: voor het tolken bij groepen tot het organiseren van een slaapplaats thuis (zoals dat andersom ook tijdens dienstreizen gebeurde), van begeleiding bij doktersbezoek en het helpen uitzoeken van een nieuwe bril tot het regelen van de nodige reisbescheiden. En in ons projectenwerk werkten we, via het uitwisselen van kennis en ervaring, toen ook al aan het stimuleren van bondgenootschappen voor verandering, de zogenaamde ‘communities of change’,
Inmiddels was ik als directiesecretaresse vooral bezig met de ondersteuning van bestuur en directie. Als team waren we echter van alle markten thuis en deden veel zelf: personeelsbeleid, vertaalwerk, groepsbezoeken, infomarkten. Met beperkte middelen boden we onze achterban ook toen al de ondersteuning die gevraagd werd, uitmondend in de succesvolle jaarlijkse startdag van nu.
We waren meer dan louter collega’s. Ondanks de verschillen in functies konden we ook flink multitasken en juist die betrokkenheid zorgde voor net dat beetje méér. De administrateur betaalde niet alleen de salarissen uit (vraag uit het land: “zijn jullie dan geen nonnen die op het kantoor van de bisschop op vrijwillige basis zes weken lang vastenzakjes vouwen?!”), maar schafte ook typelinten en later printerpapier aan. Een collega die altijd bereid was om gasten van het station op te halen of naar een afspraak te rijden. We richtten met z’n allen ‘s avonds in het land een informatiemarkt in: muziekje aan en een zak snoep op tafel. We haalden letterlijk natte voeten op de vroege zondagmorgen bij het opbouwen van onze kraam op Festival Mundial: op het moment dat ik niet meer bij de organisatie betrokken was maar 'slechts op bezoek' vond ik er meteen niet veel meer aan...
Tijdens de jubileumviering afgelopen januari waarbij zoveel vrijwilligers, waarvan ik sommige namen al jaren voorbij heb zien komen, aanwezig waren werd mijn gevoel van betrokkenheid ineens heel concreet door de bijzondere lof die Josefien Brueren uit Baarlo toegezwaaid kreeg: eindelijk een gezicht bij de vele brieven en telefoontjes!
De Vastenaktie-jaren brachten me veel en gaandeweg leerde ik dat de katholieke traditie van 'goed leven' niet hoeft te botsen met 'het goede leven'. Ik zou het mooi vinden om over 25 jaar, bij de viering van 75 jaar Vastenaktie, te constateren dat betrokkenheid, in welke vorm dan ook, een steentje bijdraagt aan het dichterbij brengen van een goed leven voor iedereen!
Aflevering 26: 1986
Aflevering 25 : 1985
Aflevering 24: 1984
Aflevering 23: 1983
Aflevering 22: 1982
Aflevering 21: 1981
Aflevering 20: 1980
Aflevering 19: 1979
Aflevering 17: 1977
Aflevering 16: 1976
Aflevering 15: 1975
Aflevering 14: 1974
Aflevering 13: 1973
Aflevering 12: 1972
Aflevering 11: 1971
Aflevering 10: 1970
Aflevering 9: 1969
Aflevering 8: 1968
Aflevering 7: 1967
Aflevering 6: 1966
Aflevering 5: 1965
Aflevering 4: 1964
Aflevering 3: 1963
Aflevering 2: 1962
Aflevering 1: 1961
Inleiding: 17 februari 2010